RASSTANDAARD WITTE HERDERSHOND
Oorsprong
Zwitserse rasstandaard d.d. 8 november 1997.
Datum van publicatie van de huidige rasstandaard
15 februari 1995 en gewijzigd op 9 mei 1998.
Kort overzicht van de geschiedenis
Nadat in 1933 de kleur "wit" uit de standaard van de Duitse Herdershond was
geschrapt, verdwenen de witte Duitse Herdershonden bijna volledig van het
Europese continent. Slechts dankzij het onafhankelijk verder fokken in Amerika
en Canada konden de witte Herdershonden overleven en zich langzamerhand tot een
zelfstandig ras ontwikkelen. Uit kruisingen met uit Amerika en Canada
geïmporteerde honden werden de Witte Herdershonden langzamerhand over geheel
Europa verspreid waar heden ten dage duizenden, al generaties lang zuiver
gefokte, exemplaren leven.
Van zijn Duitse "verwanten" heeft de Witte Herder zich in de loop van
tientallen jaren anatomisch en qua karakter duidelijk verwijderd. Daarom wordt
de hond sinds juni 1991 in Zwitserland als nieuw ras onder de naam "Witte
Herdershond" erkend. Ook Nederland, Zwitserland, Zweden, Denemarken, Tjechië,
Noorwegen, Zuid-Afrika en Oostenrijk registreren officieel de Witte Herder.
In Nederland wordt de hond vanaf 1 juli 1992 door de Raad van Beheer op
Kynologisch Gebied in Nederland geregistreerd in een Voorlopig Register als
Amerikaans-Canadese Witte Herder en vanaf 1 Januari 1998 als "Witte Herder".
Gebruiksdoel
Familie- en gebruikshond met uitgesproken liefde voor kinderen , een oplettende
waker, een opgewekte en gemakkelijk lerende hond.
Algemene verschijning
De Witte herder is een krachtig goed bespierde middelgrote stok- of
langstokharige hond met staande oren, van rechthoekig formaat, middelzwaar
beendergestel en met een elegante, harmonieus vloeiende belijning.
Gedrag en karakter
-
Temperamentvol zonder nervositeit;
-
opmerkzaam en waakzaam;
-
naar vertrouwde mensen toe vriendelijk, vertrouwelijk en aanhankelijk;
-
makkelijk te leiden en evenwichtig tegenover vreemden gereserveerd, echter niet
angstig of agressief, benadert onbekende indrukken eerst
terughoudend/voorzichtig daarna nieuwsgierig.
Verhouding/formaat
Middellang rechthoekig formaat . Romplengte:schofthoogte = 12:10
Grootte en gewicht
Schofthoogte: reuen 60-66 cm en teven 55-61 cm.
Gewicht: reuen ca.30-40 kg. en teven ca. 25-35 kg.
EXTERIEUR
Hoofd
Krachtig, droog en adellijk gevormd, in natuurlijke verhouding tot het lichaam
staand. Van boven en opzij gezien wigvormig, naar de neus toe smaller
verlopend. Bovenbelijning van schedel en snuit lopen evenwijdig.
Schedel
Slechts flauw gewelfd, met aanwezige middengroef.
Stop
Zacht verlopend.
Neus
Normaal gevormd, middelgroot. Zwart gewenst, wisselneus wordt getolereerd.
Snuit
Krachtig en middellang. Neusrug en onderkaakbelijning recht, naar de neus toe
licht samenlopend.
Lippen
Strak, droog, goed gesloten en zwart.
Gebit
Krachtig en volledig schaargebit, waarbij de tanden loodrecht in de kaak moeten
staan.
Ogen
Middelgroot, amandelvormig, licht schuinliggend met goed aanliggende zwarte
oogranden. Kleur is donkerbruin tot zwart.
Oren
Hoog aangezette , goed rechtop gedragen evenwijdig naar vorengerichte grote
staande oren in de vorm van een langgerekte van boven licht afgeronde driehoek
met korte beharing.
Hals
Middellang en goed gespierde , breed aangezet aan het lichaam zonder
keelhuidvorming; de elegant gewelfde neklijn verloopt zonder onderbreking vanaf
het matig hoog gedragen hoofd tot de schoft, de keellijn vloeiend tot het
borstbeen.
LICHAAM
Romp
Krachtig gespierd, middellang.
Schoft
Benadrukt, vloeiend, in hals en rug overgaand.
Rug
Recht en horizontaal , sterk gespierd.
Croupe
Lang en van gemiddelde breedte, aanzet bijna horizontaal, vervolgens naar
achteren geleidelijk afvallend.
Borst
Niet te breed, diep ca. de halve schofthoogte en tot aan de ellebogen reikend
Ovale, ver naar achter reikende borstkas. Duidelijke voorborst.
Buik/Flanken
Slanke , strakke flanken. De buiklijn verloopt licht naar boven.
Staart
Rondom vol behaarde sabelstaart die naar de punt toe smaller wordt. Liefst diep
aangezet en tot het spronggewricht reikend , in rust hangend of het onderste
eenderde deel licht opgebogen, in beweging hoger, maar nooit boven de ruglijn
gedragen.
LEDEMATEN
Ledematen
Krachtig, pezig middelzwaar
Voorhand
In front gezien recht. Slechts matig brede stand, van opzij gezien goed
gehoekt; goed aansluitende ellebogen.
Schouder
Lang en goed schuingesteld schouderblad; goede hoeking; de gehele
schouderpartij goed gespierd.
Opperarm
Recht, voldoende lang, sterk bespierd.
Onderarm
Lang, recht,pezig.
Middenvoorvoet
Stevig en maar licht schuingesteld.
Achterhand
Van achter gezien recht en evenwijdig, niet te breed staand, van opzij gezien
voldoende gehoekt.
Dijbeen
Middellang met sterke bespiering.
Onderbeen
Middellang, schuingesteld met stevige botten en goed bespierd.
Spronggewicht
Krachtig, goed gehoekt.
Middenachtervoet
Middellang, recht en pezig; Wolfsklauwtjes moeten verwijderd.
Voeten
Ovaal, achter iets langer dan voor, tenen dicht sluitend en goed
gewelfd;stevige;zwarte voetzolen; donkere nagels gewenst
Gangwerk
Soepele, ritmische bewegingsafwikkeling, gelijkmatig, vlot en volhardend wijd
uitgrijpende voortred en krachtige stuwing, in draf bijzonder uitgrijpende
vloeiende-lichte voorwaartse beweging.
Huid
Glad op de bespierde liggend, zonder rimpelvorming en donker gepigmenteerd.
Vacht
Middellang, dicht, goed aanliggend stok- of langstokhaar, rijke, wollige
ondervacht bedekt met stevig, recht stekelhaar, snuit, gezicht, oren en
voorzijde van de benen zijn korter behaard; nek en achterzijde van de benen
zijn iets langer behaard. Licht golvend haar is toegestaan.
Kleur
Wit. Zuiver wit verdiend de voorkeur.
Fouten
Elke afwijking van voorgenoemde punten is als fout te beschouwen waarvan
waardering in verhouding staat tot de mate van afwijking. Waarbij rekening mee
wordt gehouden in hoeverre wezenlijk afbreuk aan het ras beeld wordt gedaan.
Lichte fouten
Lichte wildkleur (zwakke gelige of bruinrode nuances) aan oorpunten, rug of
bovenzijde van de staart.
Zware fouten
-
Plompe verschijning, te kort gebouwd (vierkant)
-
Ontbrekende geslachtskenmerken (vrouwelijke reuen, mannelijke teven)
-
Het ontbreken van andere gebitselementen dan M3 of ten hoogste 2xP1
-
Hangoren, tiporen, slappen oren, knikoren
-
Sterk afvallende ruglijn
-
Ringstaart,knikstaart,haakstaart,wipstaart.
-
Vachtkwaliteit: zacht,zijdeachtig dekhaar, wollig, gekruld, niet tegen het
lichaam aanliggend haar; uitgesproken langhaar zonder ondervacht
-
Haarkleur: duidelijke wildkleur (duidelijk geelachtig of bruinrode verkleuring)
aan oorpunten, rug en bovenzijde staart.
-
Blauwe ogen, uitpuilende ogen.
-
Geen pigment, albino.
-
Karaktergebreken: Angst, agressiviteit.
De rasstandaard is overgenomen van de site van de
Witte Herder Vereniging Nederland
Terug naar boven